Mondelinge vragen over het Israëlisch-Palestijns conflict

Enkel het gesproken woord telt

 

Geachte leden van de Kamer,

Ik dank u voor de talrijke vragen over de dramatische ontwikkelingen in het Nabije Oosten. Een situatie die niemand onberoerd kan laten.

Onze gedachten zijn bij alle onschuldige burgerslachtoffers en hun naasten en ik denk ook aan de bevolkingen die nu in angst en onzekerheid leven.

Vorige week ben ik tijdens de plenaire vergadering uitvoerig ingegaan op de context van de escalatie van spanningen en geweld in Israël en de bezette Palestijnse gebieden.

Zoals u weet, veroordeelt België de illegale nederzettingen, de sloop van huizen en infrastructuur alsook de verdrijving van Palestijnen in Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaan voortdurend. Die praktijken zijn immers strijdig met het internationaal recht, het internationaal humanitair recht en de mensenrechten. De kolonies brengen de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing in gevaar. Eerbiediging van de Status Quo op de heilige plaatsen is eveneens van fundamenteel belang.

Daarnaast heb ik ook verwezen naar de raketten die door Hamas en de Islamitische Jihad op Israëlische burgers zijn afgevuurd – ondertussen duizenden. Ik heb duidelijk gemaakt dat deze onaanvaardbaar zijn en in strijd met het internationaal humanitair recht.

Israël reageerde op deze aanvallen, waarbij helaas ook burgerslachtoffers vielen. Dit is iets wat wij nooit kunnen aanvaarden, niettegenstaande het recht van Israël om zich te verdedigen en zijn bevolking te beschermen.

Ik heb het al eerder gezegd en ik zeg het nogmaals. Het maakt niet uit waar slachtoffers vallen,  de dood van burgers, en vooral van kinderen, is altijd een tragedie.

In een gewapend conflict is het internationaal humanitair recht ons kompas. De principes van terughoudendheid, van een onderscheid tussen burgers en strijders en van proportionaliteit zijn de leidraad.

De situatie en de omstandigheden zijn ernstig. Het is daarom ook dat ons land geen gelegenheid laat liggen om op te roepen tot de-escalatie en een einde aan de vijandelijkheden.

Ook de vraag inzake differentiatie werd gesteld. Ik herinner eraan dat ons land reeds jarenlang een onderscheid heeft gemaakt tussen Israël enerzijds en de nederzettingen in de bezette gebieden anderzijds. De toepassing van het differentiatiebeginsel kan echter worden verbeterd. Dit is ook het geval in vele andere EU-landen.

Daarom heb ik in mijn beleidsnota van november vorig jaar mijn voornemen aangekondigd om de toepassing van het differentiatiebeginsel te verbeteren, in overeenstemming met het regeerakkoord.

De diensten van de FOD Buitenlandse Zaken hebben, in samenwerking met andere federale overheidsdiensten, de opdracht gekregen de toepassing van het differentiatiebeleid in België te onderzoeken.

Volgende week zal er een technische vergadering plaatsvinden om de situatie te evalueren en na te gaan hoe de toepassing van het Europees gemeenschapsrecht en de jurisprudentie kan worden verbeterd. Dit is een coördinerende taak voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken, aangezien het door verschillende regeringsdepartementen moet worden uitgevoerd.

Dit punt zal ook op Europees niveau met de like-minded worden besproken.

Welke zijn de verschillende acties die deze week op diplomatiek niveau werden ondernomen?

Afgelopen zaterdag heb ik contact opgenomen met Hoge Vertegenwoordiger Borrell en heb ik ervoor gepleit dat de EU meer doet, en ik geloof oprecht dat zij meer moet doen.

Opeenvolgend vond er een buitengewone Raad Buitenlandse Zaken van de EU plaats.

Alle lidstaten van de EU, met uitzondering van Hongarije, waren het erover eens dat er tot een onmiddellijke stopzetting van de vijandelijkheden moet worden opgeroepen. Velen van ons hebben ook opgeroepen tot een humanitaire corridor naar Gaza.

Zoals ik vorige week in de plenaire vergadering heb aangekondigd, heb ik ook opgeroepen tot concrete resultaten in de vorm van een nieuw leven ingeblazen Kwartet en een routekaart.

Eerst over het Kwartet.

Het Kwartet, dat bestaat uit de Verenigde Staten, de EU, de VN en Rusland – en de rol van de EU daarin, is prioritair. De internationale gemeenschap moet zijn verantwoordelijkheid opnemen.

Het Kwartet kwam op 16 mei bijeen op het niveau van Speciaal-Gezant. De EU heeft ook besloten dat de Europese Speciaal Gezant Koopmans zo snel mogelijk naar Israël en de bezette Palestijnse gebieden moet afreizen.

Crisisdiplomatie is nu nodig.

Eens de-escalatie een feit is, moet het Kwartet de vredesonderhandelingen terug op de rails krijgen. Het doel is een tweestatenoplossing, gebaseerd op de grenzen van ‘67, in lijn met het internationaal recht.

Ik kom nu tot de routekaart.

Als Israëls grootste handelspartner en de grootste donor van de Palestijnse Autoriteit heeft de EU de plicht haar verantwoordelijkheden, die haar toebehoren, op te nemen.

Europa kan, en moet, bijdragen tot de oplossing van het conflict. Om vrede tot stand te brengen en veiligheid voor iedereen te garanderen.

Daarom heb ik persoonlijk mijn tussenkomst in de Raad afgesloten met een oproep – zoals ik ook hier heb gedaan – om een analyse, een routekaart, stimulansen en/of beperkingen voor de twee partijen in het conflict op te stellen, teneinde hen in de richting van echte vredesonderhandelingen te sturen.

Wij zullen dus bij gelijkgezinde landen voor deze aanpak druk uitoefenen.

Tot slot zal ons land blijven aandringen op een onmiddellijke beëindiging van de vijandelijkheden en op de eerbiediging van het internationaal humanitair recht, het internationaal recht en de mensenrechten, zowel bij de Verenigde Naties in New York als in Genève.

Er waren ook twee vragen over contact met de regio’s om te zien in hoeverre zij zelf, binnen hun eigen bevoegdheden uiteraard, kunnen bijdragen tot een de-escalatie en vredesopbouw. Ik zal er werk van maken.

Sommigen hebben het ook over de humanitaire hulp gehad. Zoals u weet, heeft België sterk gepleit om toegangen te voorzien. Ik zal ook met mijn collega minister Kitir spreken om te zien wat zij van plan is met betrekking tot dit onderwerp.