De commissies Burgerlijke Vrijheden (LIBE) en Internationale Handel (INTA) kwamen deze woensdag bijeen om het standpunt van het Europees Parlement over de hervorming van de Europese regelgeving inzake drugsprecursoren goed te keuren. De nieuwe wetgeving moet twee Europese verordeningen uit 2004 en 2005 vervangen door één samenhangend regelgevend kader dat van toepassing is op alle handelsstromen van deze stoffen, zowel binnen de interne markt als in de handel met derde landen. Met de bijna unanieme goedkeuring neemt het Parlement een sterk standpunt in met het oog op de komende trialoogonderhandelingen. Sophie Wilmès (LIBE) en Benoît Cassart (INTA) zijn zich bewust van het belang van deze hervorming in de strijd tegen drugscriminaliteit en hebben zich daarom allebei ingezet om in hun respectieve commissies als schaduwrapporteur voor dit dossier te worden aangeduid.

Sophie Wilmès: “In 2025 werden in België 41 clandestiene drugslaboratoria ontdekt. Dat is een hallucinant cijfer. Het toont duidelijk aan dat drugscriminaliteit zich niet beperkt tot de invoer van drugs uit het buitenland, maar ook steunt op illegale productie in ons eigen land. Sommige van die laboratoria bevinden zich in heel gewone gebouwen, zelfs in woningen, midden in onze woonwijken. Daardoor worden buurtbewoners blootgesteld aan ernstige risico’s: giftige dampen, brandgevaar, chemische vervuiling… Daar komt nog het geweld van de criminele netwerken bovenop. En dan mogen we ook de consumenten niet vergeten, soms erg jonge mensen. De gevolgen zijn verwoestend, en niet alleen voor hun gezondheid.”

“Om te kunnen functioneren, hebben deze clandestiene laboratoria chemische stoffen nodig die worden afgeleid van hun legale toepassingen. Dat is precies wat we met deze hervorming willen voorkomen: de handel in deze stoffen beter controleren en verhinderen dat ze in handen van drugshandelaars terechtkomen. De huidige Europese regels zijn meer dan twintig jaar oud en stilaan achterhaald. Daarom willen we een strenger en samenhangender kader invoeren om criminele netwerken doeltreffender te bestrijden, zonder de legale economische activiteiten en het wetenschappelijk onderzoek te belemmeren. Hoewel deze hervorming op Europees niveau wordt doorgevoerd, is ze van bijzonder groot belang voor België, dat zwaar getroffen wordt door de drugshandel.”

Benoît Cassart: “Drugsgebruik is een plaag voor onze jongeren en voor de veiligheid in onze steden. We hebben het toezicht op drugsprecursoren versterkt. Dat zijn chemische stoffen die gebruikt kunnen worden bij de illegale productie van verdovende middelen. Tegelijk hebben we erop toegezien dat de administratieve lasten en de bureaucratie niet te zwaar worden voor de chemische sector, die voor een groot deel uit kmo’s bestaat. Deze ondernemingen gebruiken de stoffen voor legale doeleinden en mogen niet worden afgeremd in hun economische activiteiten.”

Drugsprecursoren zijn chemische stoffen met legale toepassingen die ook misbruikt kunnen worden voor de productie van verdovende middelen, zoals cocaïne, heroïne en synthetische drugs. Aceton wordt bijvoorbeeld als oplosmiddel gebruikt in de industrie, maar kan ook dienen bij de illegale productie van cocaïne. Het is dus niet de bedoeling om al deze stoffen te verbieden, maar wel om te voorkomen dat criminele netwerken ze gebruiken in clandestiene drugslaboratoria.

De nieuwe regelgeving voorziet in een indeling van drugsprecursoren op basis van het risico op misbruik voor illegale doeleinden. Categorie 1 omvat de meest gevoelige stoffen, waarvoor de strengste controles blijven gelden, waaronder een vergunningenstelsel. Categorie 2 omvat stoffen met talrijke industriële toepassingen en wordt onderverdeeld in verschillende niveaus, afhankelijk van het risico dat de betrokken stoffen voor illegale doeleinden worden gebruikt. Sophie Wilmès en Benoît Cassart hebben daarbij gepleit voor strengere controles op kaliumpermanganaat, omdat deze stof wordt gebruikt bij de productie van cocaïne, een drug die bijzonder sterk aanwezig is in België. Categorie 3 is nieuw. Ze heeft betrekking op zogenaamde designerprecursoren: op maat gemaakte stoffen waarvoor op het moment van hun indeling geen legitieme toepassing bekend is. De verkoop, invoer, uitvoer, het bezit en het gebruik ervan zullen in principe verboden zijn, met strikt gereglementeerde uitzonderingen, bijvoorbeeld voor wetenschappelijk onderzoek. Dankzij deze categorieën kunnen de verplichtingen worden toegespitst op de stoffen met het hoogste risico, terwijl tegelijk rekening wordt gehouden met de realiteit van de ondernemingen.

De liberalen hebben ook gepleit voor een grotere verantwoordelijkheid van onlineplatformen. Onlineverkopers van drugsprecursoren moeten over de vereiste vergunningen beschikken en de nodige administratieve procedures volgen. Om te voorkomen dat drugshandelaars de wet omzeilen door de chemische samenstelling van een gereglementeerde stof lichtjes aan te passen, werd het begrip ‘familie van chemisch verwante stoffen’ ingevoerd. Hierdoor krijgen de bevoegde autoriteiten meer mogelijkheden om controles uit te voeren en kunnen ze beter anticiperen op toekomstige ontwikkelingen binnen de drugscriminaliteit.

In ruil voor strengere controles wilden de liberalen ook het leven gemakkelijker maken voor ondernemingen die deze chemische stoffen op volledig legale wijze gebruiken. Op initiatief van Sophie Wilmès en Benoît Cassart zullen ondernemingen die hun betrouwbaarheid hebben aangetoond en de regels nauwgezet naleven, kunnen genieten van vereenvoudigde procedures voor de verlenging van hun vergunningen, in bepaalde gevallen tegen lagere kosten en met een geldigheidsduur tot vijf jaar.

Een duidelijkere identificatie van de stoffen, onder meer via CAS-nummers (de ‘identiteitskaart’ van een chemische stof), en Europese richtsnoeren moeten ondernemingen helpen om precies te weten welke regels van toepassing zijn en wat er van hen wordt verwacht.

Vergunningsaanvragen en andere administratieve formaliteiten zullen verlopen via één centraal Europees digitaal platform. Gezien de gevoelige gegevens die daarop zullen worden verwerkt, hebben Sophie Wilmès en Benoît Cassart ervoor gepleit dat de infrastructuur van dit platform zich binnen de Europese Unie bevindt en onder Europese controle blijft.