Elke maand komt het Europees Parlement gedurende vier dagen in plenaire zitting bijeen in Straatsburg. Deze zittingen zijn de hoogtepunten van het parlementaire leven. In de Franse stad vinden de grote actuele debatten en de definitieve stemmingen over wetsvoorstellen plaats. De plenaire vergadering kan worden beschouwd als het sluitstuk van het werk dat in Brussel wordt verricht. Het idee van dit artikel is om u een overzicht te geven van de belangrijkste gebeurtenissen van de week, hun context uit te leggen, ze te analyseren en u te informeren over de belangrijkste stemmingen tijdens deze zitting.
Leestijd: 14 min
AI ten dienste van de mens
Het is een stemming die tijdens deze plenaire zitting van maart relatief onopgemerkt is gebleven, maar die in mijn ogen toch van groot belang is: de goedkeuring door het Europees Parlement van de sluiting van de kaderconventie van de Raad van Europa over artificiële intelligentie. Ik heb als schaduwrapporteur aan dit dossier gewerkt. Deze conventie stelt een centrale en uiterst actuele vraag: hoe verzoenen we de ontwikkeling van een technologie die miljoenen burgers kan beïnvloeden – of zelfs voor hen kan beslissen – met onze meest fundamentele democratische principes?
Deze kaderconventie is het eerste juridisch bindende internationale instrument op dit gebied. Politiek toont ze aan dat internationale samenwerking, de kern van het multilateralisme, nog steeds mogelijk is, zelfs in deze geopolitiek onzekere tijden: de 46 leden van de Raad van Europa, alle waarnemende staten en andere landen zoals Canada, Japan en Australië hebben deelgenomen aan onderhandelingen die vijf jaar hebben geduurd. Nog symbolischer: ook de Verenigde Staten hebben de conventie ondertekend. En we weten hoe gevoelig elke vorm van regulering op dit vlak voor hen ligt.
Los van deze overwegingen interesseert mij vooral de politieke reflectie die hier wordt gevoerd. Ik ben ervan overtuigd dat AI een enorme kans biedt. Het potentieel is immens om onze samenlevingen een nieuwe stap te laten zetten op het vlak van groei en menselijke ontwikkeling. Het kan ook helpen om onze democratische systemen efficiënter te maken en beter af te stemmen op de verwachtingen van burgers. AI kan bovendien een krachtig instrument zijn om de grote uitdagingen van onze tijd aan te pakken. Alleen al op het vlak van klimaatverandering kan AI helpen om natuurrampen beter te voorspellen en te voorkomen, ons energieverbruik te optimaliseren en het beheer van hulpbronnen te verbeteren. Ook in de gezondheidszorg biedt het perspectieven: dankzij de analyse van miljoenen geanonimiseerde medische gegevens kunnen belangrijke vooruitgangen in onderzoek worden geboekt. Er zijn nog tal van sectoren waarin AI ingrijpende veranderingen kan teweegbrengen, in het belang van iedereen.
Dat is natuurlijk een optimistische visie. En die zal alleen werkelijkheid worden als we AI en het gebruik ervan goed omkaderen. Het gaat er niet om innovatie te verstikken met overregulering en bureaucratie – iets waar Europa soms toe neigt – maar om een AI te ontwikkelen die de mens dient, onder menselijke controle staat en het algemeen belang respecteert. De tekst van de Raad van Europa erkent terecht de risico’s van een onbeheerde AI: bevooroordeelde en discriminerende systemen, misbruik voor repressieve doeleinden of schendingen van fundamentele rechten zoals privacy en vrije meningsuiting. Deze conventie heeft dus tot doel de ontwikkeling van deze technologie te begeleiden en internationaal gecoördineerd op te volgen, zodat een gemeenschappelijk kader van verantwoordelijkheid ontstaat.
De tekst blijft bewust vrij algemeen, maar dat maakt het mogelijk dat alle partijen zich erin kunnen vinden. Bovendien is het de bedoeling dat deze conventie wordt aangevuld met instrumenten op andere beleidsniveaus, zoals de Europese Unie heeft gedaan met de AI-verordening in 2024. Tijdens de plenaire zitting van maart hebben de Europarlementsleden zich overigens uitgesproken voor de toepassing van auteursrechtwetgeving op alle generatieve AI-systemen. Deze conventie vormt een internationale referentie. Het is een stap in de goede richting, maar zeker niet het einde: het is het begin van een omvangrijk werk dat tijd, waakzaamheid en samenwerking zal blijven vereisen.
Online, maar veilig: onze kinderen beschermen tegen het ergste
Doorheen mijn hele carrière staat de bescherming van kinderen centraal. Dat ik zelf moeder ben, speelt daar ongetwijfeld een rol in: elke beslissing, elk project en elk beleid dat ik steun, wordt mee gestuurd door de wens om een veilige en rechtvaardige wereld te creëren voor onze kinderen. Zij verdienen het om op te groeien in een omgeving waarin ze zich beschermd, gerespecteerd en aangemoedigd voelen. Voor mij overstijgt dit elke politieke of ideologische grens. Onze kinderen zijn de toekomst, en het is onze plicht om hen alle kansen te geven om zich te ontwikkelen, te dromen en te leren zonder angst.
In het digitale tijdperk is deze opdracht nog complexer geworden, in een virtuele omgeving waar duidelijke regels soms ontbreken. In 2026 brengen kinderen een (te) groot deel van hun leven door op sociale media en messaging-apps. Alles is binnen handbereik via hun smartphone. Deze voortdurende aanwezigheid vormt een uitdaging voor ouders en leerkrachten, die grenzen moeten kunnen stellen als onderdeel van opvoeding. Tegelijkertijd verspreiden platforms enorme hoeveelheden informatie en schadelijke inhoud die, ondanks filters en ouderlijk toezicht, toch hun weg vinden naar kinderen. Sociale media versterken ook fenomenen zoals online pesten.
Ter gelegenheid van de Internationale Vrouwendag nodigde voorzitter Metsola Jackie Fox uit om in het Europees Parlement te getuigen over het cyberpesten waarvan haar dochter Nicole slachtoffer was, wat haar in 2018 tot zelfmoord dreef. Haar verhaal was aangrijpend. Met uitzonderlijke moed heeft mevrouw Fox haar persoonlijke tragedie omgezet in een maatschappelijk engagement. In 2020 nam Ierland een wet aan tegen online pesten, “Coco’s Law”, genoemd naar Nicole. Vandaag wil mevrouw Fox deze wetgeving op Europees niveau invoeren. Ik steun deze strijd volledig. Het sluit aan bij mijn overtuiging dat we sociale media moeten verbieden voor jongeren onder de 15 jaar.
Een ander belangrijk thema is de bescherming van minderjarigen online. In de plenaire vergadering hebben we de tijdelijke regels inzake privacybescherming verlengd. Deze afwijking heeft één doel: het opsporen van kinderpornografisch materiaal online mogelijk maken. Het is een gevoelig onderwerp, want het raakt aan een fundamenteel evenwicht. Voor mij is het onaanvaardbaar om de privacy van burgers op te offeren. Daarom ben ik bijzonder voorzichtig met disproportionele maatregelen zoals algemene surveillance van berichtenverkeer – iets wat ik niet kan aanvaarden. Dat is ook een van de bezorgdheden rond de CSAM-verordening (“chat control”). In afwachting van een definitief akkoord heb ik gestemd voor een verlenging van de tijdelijke regels tot 2027, om een juridisch vacuüm te vermijden, terwijl ik tegelijk pleit voor een snellere afronding van de onderhandelingen. Het kan niet de bedoeling zijn een tijdelijke maatregel eindeloos te verlengen.
Het Parlement heeft van deze verlenging gebruikgemaakt om een meer gerichte aanpak te ondersteunen bij de detectie van illegaal materiaal, wat in lijn ligt met onze positie voor de toekomstige permanente regelgeving. De prioriteit is duidelijk: zo snel mogelijk tot een stabiel kader komen dat kinderen beschermt, met sterke waarborgen voor de privacy van burgers.
Voor het eerst een Europese Orde van Verdienste
De Europese Unie is niet alleen gebouwd op instellingen en verdragen, maar ook op mensen die waarden en idealen belichamen. In die geest heeft het Europees Parlement voor het eerst een onderscheiding in het leven geroepen: de Europese Orde van Verdienste. Deze eert personen die op een of andere manier hebben bijgedragen aan het Europese project, soms zelfs indirect via hun engagement of carrière.
Deze erkenning is ook een manier om de diversiteit van profielen binnen één gemeenschappelijke identiteit en waardenkader te vieren. Ze geeft Europa een menselijk gezicht en doorbreekt het beeld van een louter technocratisch project.
Als vicevoorzitter van het Europees Parlement ben ik bijzonder trots om deel uit te maken van het selectiecomité. Kandidaturen kunnen worden voorgesteld door de voorzitters van de Europese instellingen, de staatshoofden en regeringsleiders en de voorzitters van nationale parlementen. Enkel individuen komen in aanmerking en zij mogen geen lopend mandaat binnen de EU hebben. Jaarlijks worden twintig laureaten geselecteerd, met een bekendmaking in maart en een ceremonie in mei.
Voor mij waren twee elementen essentieel bij de selectie: een evenwicht tussen mannen en vrouwen en voldoende aandacht voor kandidaten uit het middenveld. Europese integratie is niet alleen het werk van politici. Ook academici, kunstenaars, sporters en andere inspirerende figuren dragen bij aan een gedeelde Europese identiteit.
U kunt de lijst van laureaten 2026 hier vinden:
https://www.europarl.europa.eu/news/fr/press-room/20260306IPR37520/la-presidente-annonce-les-premiers-laureats-de-l-ordre-europeen-du-merite
Aan de zijde van de Belgische werknemers van Tupperware
Vaak wordt mij gevraagd wat Europa concreet betekent voor het dagelijks leven van Belgen. Dat is een terechte vraag, en ik geef er graag concrete antwoorden op.
Een recent voorbeeld: op 11 maart keurde het Europees Parlement een steunpakket van 1,6 miljoen euro goed voor werknemers die hun baan verloren door het faillissement van Tupperware België. Dit geld zal worden gebruikt om hen te begeleiden bij het vinden van een nieuwe job of bij hun professionele heroriëntatie.
Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het Europees Parlement.