Vandaag, dinsdag 15 september, hebben de Europarlementsleden met 420 stemmen voor en 220 tegen hun aanbevelingen aangenomen om het “Europees Schild voor de Democratie” te versterken. Sophie Wilmès, Vicevoorzitter van het Europees Parlement en vast lid van de bijzondere commissie EUDS, ziet hierin een manier om onze samenlevingen en democratische processen beter te beschermen, op voorwaarde dat de instrumenten van deze strategie volledig in de praktijk worden gebracht.
Het “Europees Schild voor de Democratie” is een strategie die de Europese Commissie in november vorig jaar heeft voorgesteld en die tot doel heeft steeds complexere bedreigingen voor onze democratieën aan te pakken, zoals buitenlandse inmenging, informatiemanipulatie en hybride aanvallen die verkiezingen proberen te beïnvloeden of het vertrouwen van burgers in hun instellingen trachten te ondermijnen. Het rapport waarover vandaag werd gestemd, is het resultaat van de werkzaamheden van de bijzondere parlementaire commissie:
“Meer dan 1.600 ingediende amendementen, 66 gedachtewisselingen, elf openbare hoorzittingen en zeven missies. Deze cijfers alleen al tonen aan hoe intensief het parlementaire werk is geweest om een coherent en doeltreffend Europees antwoord uit te werken op alle bedreigingen waarmee onze democratieën worden geconfronteerd. We moeten dit onderwerp ernstig, maar ook met de nodige koelbloedigheid benaderen, zonder in paniek te raken of paniek te zaaien. Maar het is duidelijk dat organisaties en buitenlandse mogendheden ons proberen te destabiliseren en onze democratische keuzes proberen te beïnvloeden. Voor de Belgen, net als voor alle Europeanen, gaat het erom dat zij vrij over hun toekomst kunnen blijven beslissen. We mogen niet minimaliseren wat er vandaag al in Europa gebeurt”, benadrukt Sophie Wilmès.
De meest emblematische maatregel van het Schild is het Europees Centrum voor Democratische Weerbaarheid (ECDR), dat in februari 2026 met zijn werkzaamheden is begonnen. Het heeft als opdracht de uitwisseling van informatie en expertise te vergemakkelijken, zodat manipulatiecampagnes beter kunnen worden opgespoord en de ondersteuning van nationale autoriteiten bij de bestrijding ervan beter kan worden gecoördineerd.
“Als elk land afzonderlijk dezelfde netwerken moet identificeren en zelf een antwoord moet uitwerken, verliezen we kostbare tijd”, benadrukt de Vicevoorzitter. Ze voegt eraan toe: “We willen geen zoveelste gadget. Daarom willen we dat dit Centrum verder kan worden uitgebouwd. We moeten het voorzien van een stabiel multidisciplinair team, duurzame middelen en een duidelijk mandaat. Zonder coördinatie, als elk land afzonderlijk dezelfde bedreigingen moet opsporen en beantwoorden, zullen we er niet in slagen. Maar daarvoor moeten de lidstaten uiteraard wel hun verantwoordelijkheid opnemen. Meer algemeen zullen we bij het volledige instrumentarium dat het Democratisch Schild voorstelt zeer nauwlettend toezien op de resultaten.”
Sophie Wilmès is ook tevreden dat verschillende prioriteiten die zij zelf in de commissie heeft verdedigd, in de tekst zijn opgenomen. Europol zal het werk van het ECDR moeten aanvullen. Wanneer een operatie criminele netwerken omvat die in meerdere landen actief zijn, kan het Europese agentschap zijn expertise op het vlak van criminele analyse inzetten en de samenwerking tussen onderzoekers vergemakkelijken. De versterking van de rol van Europol op dit gebied zal ook een belangrijk aandachtspunt vormen bij de herziening van zijn mandaat, waaraan Sophie Wilmès als schaduwrapporteur zal werken.
Ook de betrokkenheid van buitenlandse niet-statelijke actoren bij het Europese politieke landschap komt in verschillende aanbevelingen aan bod.
Het rapport pleit eveneens voor een veel proactievere aanpak om de digitale soevereiniteit te versterken en het potentieel van nieuwe technologieën zoals artificiële intelligentie te benutten. Voor Sophie Wilmès hangt ons vermogen om onze democratieën te beschermen ook af van de technologieën die Europa zelf beheerst. Artificiële intelligentie kan worden gebruikt om valse video’s te creëren en hybride aanvallen op grote schaal te coördineren, maar kan bijvoorbeeld ook helpen om gemanipuleerde inhoud snel op te sporen en onze veiligheid tegen cyberaanvallen te versterken. Het is daarom essentieel om op een verstandige manier in deze instrumenten te investeren, binnen een strikt ethisch kader: AI ten dienste van de mens en onder menselijke controle.
Het rapport stelt ook voor om verkiezingen beter voor te bereiden, onder meer via simulatieoefeningen en een betere bescherming van de verkiezingsinfrastructuur. Daarnaast wordt gevraagd dat platformen sneller reageren op gecoördineerde manipulatiecampagnes. “Dit doet uiteraard denken aan wat er deze zomer in Ceuta is gebeurd, of aan de desinformatiecampagnes die bepaalde kandidaten in de Franse presidentscampagne als doelwit hebben”, benadrukt Sophie Wilmès.
De Vicevoorzitter besluit: “Strategische autonomie is niet zomaar een verhaal. Ze beperkt zich evenmin tot onze defensie, onze energieonafhankelijkheid of het ondersteunen van onze industrie. Strategische autonomie is in de eerste plaats ons vermogen om volledig vrij onze eigen democratische keuzes te maken.”