Vandaag, dinsdag 16 juni, spreken de Europarlementsleden zich uit over het triloogakkoord betreffende de twee verordeningen die verband houden met het politieke akkoord dat in de zomer van 2025 tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten werd gesloten, beter bekend als het “Turnberry-akkoord”. Kort samengevat voorziet dit akkoord erin dat de Verenigde Staten voor een zeer grote meerderheid van de Europese producten een douanerecht toepassen dat wordt begrensd op 15%. In ruil daarvoor verbindt de EU zich ertoe de resterende douanerechten op Amerikaanse industriële producten af te schaffen en bepaalde landbouw- en visserijproducten een preferentiële toegang tot de Europese markt te geven. Het Parlement spreekt zich dus uit over de twee wetgevingshandelingen die deze concessies uitvoeren. Er moet echter aan worden herinnerd dat het Europees Parlement niet bevoegd is om de door de Verenigde Staten toegepaste douanerechten vast te stellen of te garanderen. De aankondigingen van 600 miljard dollar aan bijkomende investeringen in de Verenigde Staten en van 750 miljard dollar aan aankopen van Amerikaanse energieproducten tegen 2028 blijven politieke engagementen van de Europese Commissie zelf en worden niet ter goedkeuring voorgelegd aan het Europees Parlement.

Hoewel de liberalen van bij het begin hebben aangeklaagd dat het akkoord onevenwichtig is en in het nadeel van Europa uitvalt, zullen de MR-Europarlementsleden het akkoord toch steunen. Daarvoor zijn er twee belangrijke redenen: de aanwezigheid van garanties die door het Parlement werden opgelegd en de wil om onze economische actoren zoveel mogelijk stabiliteit en voorspelbaarheid te bieden.

Sophie Wilmès, vicevoorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met de Verenigde Staten, geeft toelichting bij de tekst zelf:

“Laat ons heel duidelijk zijn: het Turnberry-akkoord blijft onevenwichtig. Maar de tekst waarover vandaag wordt gestemd, is beter dan het oorspronkelijke voorstel van de Commissie. We hebben een beter resultaat voor de Europeanen verkregen. Het Parlement is namelijk de trilogen ingegaan met een sterke positie en vier stevige garanties om Europa te beschermen tegen de turbulenties van de tweede ambtstermijn van president Trump. Ik stel vast dat het merendeel van deze waarborgen de onderhandelingen met de Raad heeft doorstaan. De versterkte opschortingsclausule en het vrijwaringsmechanisme vormen twee echte ‘noodremmen’. Ze zullen kunnen worden geactiveerd in geval van verstoringen op de Europese markt of bij nieuwe dreigingen met invoertarieven vanuit Washington. Wat de opschortingsclausule betreft, betreuren we wel dat de verwijzing naar de territoriale integriteit van de EU is verdwenen. Na de episode rond Groenland begin dit jaar zouden we er verkeerd aan doen daar geen lessen uit te trekken. Tot slot zorgt de verschuiving van de ‘sunset clause’ ervoor dat de nieuwe deadline beter aansluit bij onze respectieve verkiezingskalenders en bij de volledige aantreding van een nieuwe Europese Commissie. We zijn ook tevreden met de opname van een specifieke clausule voor afgeleide staalproducten, die vandaag nog steeds onderworpen zijn aan douanetarieven van 50%. De duidelijke deadline van 31 december 2026 vormt een sterk signaal richting de regering-Trump.”

Voor de MR beantwoordt deze positieve stem ook aan de nood aan stabiliteit en voorspelbaarheid.

Sophie Wilmès licht toe:

“Deze tekst vandaag steunen betekent ook luisteren naar de bedrijven die vragen om een einde te maken aan de onzekerheid rond douanetarieven. Het is onmogelijk voor een onderneming om een strategie uit te stippelen, kosten in te schatten of investeringen te plannen wanneer aankondigingen elkaar voortdurend opvolgen en soms tegenspreken. Dit akkoord maakt het mogelijk om, althans voor een bepaalde periode, het risico op een handelsoorlog af te wenden. Dat betekent echter niet dat we onze waakzaamheid laten varen, integendeel. President Trump heeft ons al op het ergste voorbereid. Precies daarom wilden wij bijkomende beschermingsclausules. Mocht er een nieuw Amerikaans offensief komen, dan heeft het Parlement aangetoond dat er binnen zijn rangen een brede consensus bestaat om zich vastberaden op te stellen tegenover de Verenigde Staten. We verwachten ook minder naïviteit van de andere instellingen van de Europese Unie. We moeten alert, waakzaam en klaar blijven om te reageren indien nodig. Tegelijkertijd moeten we verder blijven werken aan de interne hervormingen van de EU, zoals voorgesteld in het Draghi-rapport, en aan de versterking van onze strategische autonomie. Als we daarin slagen, zal Europa eindelijk kunnen aantonen dat het een volwaardige partner is, op gelijke voet, binnen de trans-Atlantische relatie.”

Benoit Cassart, vast lid van de commissie Internationale Handel (INTA):

“Het onevenwichtige akkoord met de Verenigde Staten toont de afhankelijkheid van de Europese Unie op het vlak van defensie, energie en digitale technologieën aan. Daarom staat Europese strategische autonomie centraal in onze politieke strijd. Handel is essentieel. Het openen van de Europese markt en het stimuleren van Europese export zijn belangrijk, maar we moeten ervoor zorgen dat die handel logisch blijft en onze strategische sectoren niet in gevaar brengt. In dit akkoord blijft het landbouwluik gelukkig beperkt tot een quotum voor varkensvlees. Toch moeten we waakzaam blijven: de veeteeltpraktijken verschillen sterk tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Zo verbiedt de Europese Unie bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde groeibevorderende stoffen, zoals ractopamine, in de varkenshouderij. We zullen er streng op toezien dat dit vlees de interne markt niet betreedt en dat de wederkerigheid van normen wordt gerespecteerd.”