Vandaag, maandag 9 maart, hebben de leden van de commissie LIBE (burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken) tijdens een buitengewone zitting in Straatsburg zich uitgesproken over het rapport van parlementslid Malik Azmani (Renew Europe) over het voorstel voor een Europese verordening inzake de terugkeer van personen die illegaal in de EU verblijven. Als effectief lid van de commissie nam Sophie Wilmès deel aan de stemming. In het algemeen steunt Sophie Wilmès het voorstel voor een verordening van de Europese Commissie en de nagestreefde doelstellingen: “De nood aan een strengere migratiepolitiek, en in het bijzonder aan de bestrijding van illegale immigratie, staat buiten kijf. In Europa wordt geschat dat slechts één op de vijf afgewezen asielzoekers wordt teruggestuurd naar zijn land van herkomst. Als we specifiek naar België kijken, ligt dat cijfer nog veel lager: gemiddeld één afgewezen asielzoeker op tien … Niemand kan tevreden zijn met deze bekentenis van onmacht. Personen die het recht niet hebben om zich op het Europese grondgebied te bevinden, kunnen daar niet blijven, punt. Naast het principe van het respect voor onze wetten, overbelast illegale immigratie de opvangsystemen en ondermijnt ze ook het vertrouwen van het publiek in migratie in het algemeen, en bijvoorbeeld in de asielkwestie. Dit voorstel voor een Europese verordening komt dus op het juiste moment, aangezien het ook de bepalingen van het Migratiepact zal aanvullen, dat binnen enkele maanden volledig in werking treedt.”
Ze betreurt dat het cordon sanitaire opnieuw werd doorbroken door de PPE, ten voordele van een alliantie met extreemrechts. Dat is des te problematischer omdat het bij dit gevoelige dossier essentieel is om een evenwicht te bewaren tussen strengheid, doeltreffendheid, proportionaliteit en menselijkheid. Ze licht toe: “Voor mij is er in de eerste plaats een fundamenteel probleem wanneer men samenwerkt met extreemrechts en zo hun werk rond immigratie legitimeert, terwijl we weten hoe weinig respect zij hebben voor bepaalde rechten en welke ideeën hun denken voeden. Maar het gaat ook om een normalisering van radicale standpunten, die zich op bepaalde momenten vertaalt in de amendementen die vanavond zijn aangenomen. Een voorbeeld: het zonder onderscheid treffen van alle betrokken personen door een terugkeer van een ‘levenslang’ inreisverbod in de EU. Of het aanvaarden van de aanwezigheid van gezinnen met minderjarige kinderen in de ‘return hubs’. Het was perfect mogelijk geweest om de gewenste verstrenging van het Europese terugkeerbeleid te verkrijgen via de amendementen die door de liberale rapporteur waren ingediend. Hier laat men de waarborgen varen. Uit dogmatisme, in een opbod.”
Sophie Wilmès heeft daarom de compromisamendementen gesteund, die oorspronkelijk werden onderhandeld binnen de pro-Europese “coalitie” (PPE, Renew Europe en S&D), voordat de PPE van koers veranderde en ervoor koos om haar voorstel door te drukken. Over de inhoud zegt ze: “Het standpunt van de pro-Europese coalitie ging in de richting van een verstrenging van het migratiebeleid, ook al waren de onderhandelingen moeilijk. Men had tot een akkoord met z’n drieën kunnen komen. Het oorspronkelijke voorstel bevatte namelijk een reeks maatregelen die vandaag ontbreken: de invoering van ‘return hubs’ als laatste redmiddel, de invoering van een wederzijdse erkenning tussen de lidstaten van beslissingen die bevelen het grondgebied te verlaten, de beperking van de opschortende werking van beroepsprocedures om te voorkomen dat opvangstructuren overbelast raken, en de mogelijkheid om een onbeperkte duur van een inreisverbod op te leggen aan personen die een veiligheidsrisico vormen of ernstige misdrijven hebben gepleegd op Europees grondgebied. Dat zijn stuk voor stuk belangrijke hervormingen die ik steun. Maar tegelijkertijd – en dat is belangrijk – werden er ook bepaalde waarborgen en beschermingen voorzien: het respect voor de grondrechten in de terugkeercentra, het feit dat daar minderjarigen worden geplaatst, het omkaderen van de dwangmaatregelen die worden gebruikt om tot verwijdering over te gaan, de herinnering aan bepaalde beginselen zoals het principe van non-refoulement, enzovoort. De lijst is niet uitputtend. Het is duidelijk dat de rapporteur in zijn werk naar een evenwicht heeft gezocht. Dat is niet langer het geval in de tekst die met de bijdrage van extreemrechts werd goedgekeurd”.
Ze besluit: “Het is duidelijk dat we een tastbare verstrenging van het migratiebeleid in Europa nodig hebben. Maar we hebben ook de verantwoordelijkheid om een evenwicht te bewaren dat in overeenstemming is met onze waarden, met de meest fundamentele rechten en met principes zoals het belang van het kind. Dat evenwicht ontbreekt hier. In plaats van het leiderschap te nemen in de migratiekwestie – wat mogelijk was geweest binnen de pro-Europese coalitie, met steun van de liberalen en de socialisten – heeft de EVP toegegeven en zo het terrein vrijgemaakt voor extreemrechts, voor haar standpunten en haar radicaliteit. Het volstond om na de stemming in de commissie de extreemrechtse parlementsleden te zien juichen. Hun vreugdekreten en applaus zijn een schande voor de EVP.”