Van 6 tot 9 februari 2026 bracht Sophie Wilmès een bezoek aan de Verenigde Staten in het kader van een ad-hocmissie in twee fasen: eerst naar Boston en vervolgens naar Washington D.C. De vicevoorzitter van het Parlement, tevens vicevoorzitter van de parlementaire delegatie voor de betrekkingen met de Verenigde Staten, reisde eerst naar Cambridge, in de regio Boston (Massachusetts), waar de gerenommeerde universiteit Harvard gevestigd is. Jaarlijks wordt op de campus een tweedaagse conferentie georganiseerd die honderden studenten, onderzoekers en professionals samenbrengt die geïnteresseerd zijn in Europese aangelegenheden. De European Conference biedt hen een platform om de grote hedendaagse uitdagingen van Europa te bespreken, op uiteenlopende domeinen zoals geopolitiek, economie en mensenrechten. Sophie Wilmès hield er een toespraak die voornamelijk focuste op de absolute noodzaak voor Europa om van koers te veranderen, in een wereld die steeds meer wordt beheerst door brutaliteit en het recht van de sterkste. Geconfronteerd met imperialistische reflexen van grote politieke machten heeft Europa volgens haar geen andere keuze dan zijn aanpak radicaal te herzien – niet door dezelfde agressieve houding aan te nemen en zo zijn fundamentele waarden te verloochenen, maar bijvoorbeeld door zijn economische en competitieve achterstand in te halen, zijn strategische autonomie uit te bouwen en zijn collectieve defensie te versterken. Door in te zetten op zijn eigen hefbomen zal de Europese Unie beter in staat zijn om externe druk te weerstaan en het machtsevenwicht, waar nodig, te herstellen. Wat de relatie met de Verenigde Staten betreft, herinnerde Sophie Wilmès aan de historische vriendschap tussen Europeanen en Amerikanen en riep zij op om deze banden zoveel mogelijk te behouden, ondanks de huidige spanningen. Zij blijft ervan overtuigd dat Europa, geconfronteerd met de agressiviteit van de Amerikaanse administratie, eensgezind moet optreden en vastberaden moet reageren wanneer rode lijnen worden overschreden, zoals het geval was in de kwestie rond Groenland. Als voorzitter van de Monitoringgroep Democratie, Rechtsstaat en Grondrechten (DRFMG) nam Wilmès ook deel aan een panelgesprek over Europese waarden met Europees Parlementslid Hilde Vautmans en assistent-professor internationale veiligheid Sanne Verschuren. Ze pleitte er onder meer voor het Europese democratische model te beschermen en benadrukte het belang van onze waarden tegenover de talrijke bedreigingen waarmee onze democratieën worden geconfronteerd. Vervolgens maakte de vicevoorzitter van de gelegenheid gebruik om Belgische studenten die in Boston studeren te ontmoeten.
In de marge van de conferentie ontmoette Sophie Wilmès verschillende leden van het professorenkorps van Harvard en van het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Naast de geopolitieke context, met name de trans-Atlantische relaties, kreeg ze de kans om de evoluties op het vlak van artificiële intelligentie te bespreken. Hoewel artificiële intelligentie een veelbelovende technologie is die onze samenlevingen vooruit kan helpen, moet zij volgens haar worden omkaderd door menselijke controle en enkele eenvoudige basisregels om risico’s te beperken. Zo niet, kan het een negatieve impact hebben op creativiteit en kritisch denken. Bovendien kan het – zoals nu reeds blijkt – worden ingezet voor manipulatie van informatie of zelfs voor grootschalige desinformatiecampagnes.
Na afloop van de European Conference reisde Sophie Wilmès naar de federale hoofdstad van de Verenigde Staten, Washington D.C., het politieke centrum van het land. Daar ontmoette zij verschillende van haar ambtgenoten in het Congres, zowel Democraten als Republikeinen, evenals Europese bedrijven die actief zijn in de Verenigde Staten. Deze bedrijven deelden hun bezorgdheid over de recente dreigingen met betrekking tot Groenland en benadrukten het belang van stabiliteit in de trans-Atlantische relaties. Sophie Wilmès sprak ook met acht leden van het Congres die actief zijn in uiteenlopende commissies, waaronder buitenlandse zaken, China, Europa, justitie, economische zaken, veiligheid, defensie en financiën.
De gesprekken gingen hoofdzakelijk over de huidige staat van de trans-Atlantische relatie in een context van sterke politieke onvoorspelbaarheid in de Verenigde Staten. Uit de gesprekken bleek een gedeelde gehechtheid aan de historische en diepe band tussen Europa en de Verenigde Staten, maar ook grote bezorgdheid over de huidige politieke context. Sophie Wilmès wees op de negatieve impact van bepaalde recente standpunten en symbolische gebaren op het vertrouwen tussen bondgenoten, met name rond gevoelige thema’s zoals soevereiniteit, collectieve veiligheid en het respect voor de regelgevende autonomie van de Europese Unie en haar lidstaten. Ook handelskwesties, waaronder invoerrechten en het Turnberry-akkoord, kwamen aan bod als mogelijke spanningsfactoren die consumenten en bedrijven kunnen raken en de trans-Atlantische economische relaties kunnen verzwakken.
Sophie Wilmès uitte haar bezorgdheid over de bestuursstijl van de huidige administratie, in het bijzonder over de praktijken van de Amerikaanse grenspolitie, het omzeilen van het Congres en het gebruik van een bijzonder destabiliserende retoriek ten aanzien van Europa en andere NAVO-bondgenoten. Daarnaast brachten de gesprekken de institutionele en democratische uitdagingen aan het licht waarmee de Verenigde Staten worden geconfronteerd, in een meer dan ooit gepolariseerde en gespannen politieke context in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen van november 2026. Sophie Wilmès benadrukte het belang van het behoud van de rechtsstaat, de rol van de instellingen en het vertrouwen van burgers, zowel in de Verenigde Staten als in Europa.
Ze stelde tevens een convergentie vast met haar gesprekspartners over de ernst van de bedreigingen voor de internationale veiligheid. Rusland wordt gezien als een destabiliserende actor, wat vraagt om nauwe coördinatie tussen bondgenoten om politieke en economische druk te handhaven. Ook Iran kwam ter sprake, met een consensus over het doel van non-proliferatie en een open en eerlijke discussie over de toekomstige ontwikkelingen in de regio. China werd geïdentificeerd als een prioritaire samenwerkingszone tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, met name op het vlak van industriële competitiviteit, strategische technologieën, artificiële intelligentie, energie en economische veiligheid.
In het algemeen bleek uit de gesprekken de noodzaak van een open en gestructureerde trans-Atlantische dialoog, gebaseerd op voorspelbaarheid, respect voor democratische waarden en een wederzijds begrip van verschillende modellen, om de samenwerking rond gemeenschappelijke uitdagingen te versterken zonder de Europese principes te ondermijnen.